Online in het internationale verhaal


Hebben online initiatieven in de toekomst van internationale uitwisseling nog een plaats?

Heel wat zaken die je tijdens een fysieke vorming impliciet kan meegeven, gaan online verloren.

Lowiese Broes

Internationale uitwisseling met jongeren of jeugdwerkers, kan dat op een online manier? Veel kans dat die vraag alleen al heel wat wenkbrauwen de lucht in doet gaan. Want is face-to-face ontmoeting niet de basisvoorwaarde van internationale uitwisseling? 

Ik leg mijn oor te luisteren bij Lowiese Broes (Koning Kevin), Jonas Mertens (Madam Fortuna) en Claudia Strambini (Service Civil International). En ik vraag hun ongezouten mening: (hoe) past online in hun internationale verhaal?


Koning Kevin

Onder een stralende septemberzon ga ik met een collega op projectbezoek bij Koning Kevin. In het Oost-Vlaamse Erembodegem verkennen 27 jeugdwerkers uit Frankrijk, Denemarken, Portugal en België samen verschillende vormen van creatief jeugdwerk. Vormingsmedewerker Lowiese Broes is de drijvende kracht achter de internationale projecten bij Koning Kevin, samen met een kernteam van 5 vrijwilligers. Hoe kijkt zij naar digitalisering?

Nationaal

“Tijdens de pandemie hebben we bij Koning Kevin heel wat binnenlands digitaal aanbod ontwikkeld, zoals online animatorcursussen en een vorming rond on- en offline spelplezier.” Op de online animatorcursussen blikt ze met gemengde gevoelens terug: “Voor sommigen verlaagt het digitale de drempel, maar je verliest toch ook veel. Heel wat zaken die je tijdens een fysieke vorming impliciet kan meegeven, gaan hier verloren.”

Digitaal als extra kruiding

Als antwoord op de vraag of ze een online aanpak zou overwegen in internationale projecten, schudt ze het hoofd: “Nee, voor mij is er een onderscheid tussen nationale en internationale activiteiten: in internationale uitwisseling is het net heel belangrijk om veel ruimte te hebben om de context te leren kennen – en dat valt net weg in een online omgeving. Ook de informele momenten tussendoor zijn er niet als je online werkt.”

Ziet ze wel andere mogelijkheden? “Sommige onderdelen in het voor- en natraject van onze internationale projecten zijn wél al digitaal. We planden eigenlijk als opwarming naar de week in België een wekelijkse nieuwsbrief met opdrachten en een Facebook-community. Door de praktische rompslomp rond reizen in coronatijden is dat in het water gevallen. Maar in een ander project deden we al een online spel via Zoom voor de aanvang van een fysieke groepsuitwisseling, dat werkte goed.” Dus het digitale als extra kruiding, maar niet als hoofdgerecht.

Madam Fortuna

Jonas Mertens, één van de projectcoördinatoren van European Caravan, ontmoet ik niet live maar digitaal: de toon is meteen gezet voor ons gespreksonderwerp. European Caravan is een Europese samenwerking tussen Roma- en andere gemeenschappen, onder leiding van Madam Fortuna, een kunstparticipatieve organisatie waar het artistieke het sociale versterkt en omgekeerd. In hun lopende project “Run for your life” toont een diverse groep jonge artiesten uit Antwerpen, Skopje en Barcelona de “ups en downs van het leven” via muziek en theater. En op de Zomer van Antwerpen 2019 konden op 10 dagen tijd in totaal 5.000 bezoekers genieten van de voorstelling Als we dansen, zal oma niet sterven.

Een hechte band

Jonas ziet kansen in online mogelijkheden, al benadrukt hij ook de beperkingen en randvoorwaarden. “Positief is dat we nu veel sneller dan voorheen met de internationale projectpartners videobellen tussendoor. Vooral voor praktische afspraken werkt dat goed.” Belangrijk detail: in European Caravan was er al een hecht partnerschap voor de pandemie:

Uitwisselingsprojecten zoals deze via JINT draaien ten slotte toch om face-to-face contact.
Jonas

“We kennen elkaar al lang, sommigen al 8 jaar. Dat is belangrijk om ook online over grenzen heen meetings te kunnen laten doorgaan en vertrouwen en verbondenheid te vinden.” Het blijft voor Jonas nodig om ook regelmatig fysiek samen te zijn. “Over een paar dagen komen onze partners uit Macedonië en Spanje naar Antwerpen, om te evalueren en een nieuw project voor te bereiden.

Contact houden

Met jongeren heeft European Caravan tijdens de pandemie wel lokaal gewerkt, maar niet digitaal over grenzen heen. Daar kan verandering in komen, want Jonas ziet wel brood in blended mobiliteit. “Net zoals we met professionele partners regelmatig online afstemmen, zouden we ook met de jongeren eens vlugger contact kunnen zoeken over de grenzen heen. Maar dan wel na eerst bijvoorbeeld een week bijeengekomen te zijn.”

“Uitwisselingsprojecten zoals deze via JINT draaien ten slotte toch om face-to-face contact. Eens écht samenkomen, dat geeft echt een heel andere beleving; een totaalervaring waar je dieper kan gaan, elkaars emoties beter kan aanvoelen en waar je processen en gesprekken vrijer kan laten lopen.”

“Online contact biedt vooral mogelijkheden als bindmiddel om een internationaal project sterker bijeen te houden met soms enkele maanden tussen de verschillende live bijeenkomsten. Met digitale tools kunnen we meer continuïteit en afstemming garanderen.”

Service Civil International (SCI)

Digitalisering als een kans zien, het vat de mindset van SCI goed samen. Deze organisatie zet zich wereldwijd in voor vredeseducatie, met VIA vzw als Vlaamse tak. Het internationale secretariaat van SCI in Antwerpen gonst van de off- en online bedrijvigheid als ik er langsloop.

Claudia Strambini, communicatiemedewerker en begeleider van internationale vrijwilligers staat me te woord: “Internationale uitwisseling zit in ons DNA. Onze belangrijkste activiteit zijn internationale work camps, korte vrijwilligersprojecten waarin deelnemers - vooral jongeren - uit alle windstreken van de wereld bijeenkomen om elkaar te ontmoeten en om samen vredesgerichte acties op te zetten.”

Vroeger was dit vrijwilligerswerk vooral gericht op fysieke arbeid, vandaag is de insteek breder: een solidaire actie, cultureel evenement of campagne opzetten, het kan allemaal.

Online leerplatform

Pre-corona waren er al zaadjes geplant om een online aanbod te ontwikkelen, zoals een online leerplatform rond vredeseducatie. Claudia: “COVID-19 heeft de invoering ervan alleen versneld en meer relevant gemaakt. Het belangrijkste idee erachter is om méér mensen te bereiken: mensen die niet kunnen of willen reizen, om allerlei redenen. Daarnaast kan een digitaal aanbod ook mensen introduceren in een bepaald thema, voorafgaand aan een fysieke bijeenkomst. Dat is een voordeel van online tools: ze zijn wendbaar. Je kan ze op verschillende manieren inzetten in je aanbod.”

Experiment

De pandemie gaf ook een duwtje in de rug om te experimenteren met het format van de work camps. Enkele daarvan gingen volledig online door. Zoals dat ene virtuele kamp waar deelnemers ervaringen uitwisselden over duurzame voeding en aan de slag gingen met veganistische recepten, “ieder vanuit z’n eigen keuken; natuurlijk”. Of dat andere, waar in dialoog gegaan werd over milieubescherming en deelnemers tussendoor in de eigen buurt en stad op pad gingen om te onderzoeken wat daar verbeterd kon worden.

Deze online aanpak is interessant, omdat je op een heel directe manier de geleerde lessen in de praktijk kan brengen, in je eigen omgeving.
Claudia

Claudia: “Deze online aanpak is interessant, omdat je op een heel directe manier de geleerde lessen in de praktijk kan brengen, in je eigen omgeving”. De inbedding van offline elementen in een online activiteit zorgt er voor “dat de activiteit voorbij het computerscherm gaat, tot in de eigen omgeving”.

Ook met een hybride digitale aanpak werd geëxperimenteerd. “Lokale afdelingen kwamen bijeen in eigen land, maar wisselden ideeën uit met een andere groep in een online omgeving. Zo bleef de internationale dimensie overeind. Nadien gingen ze over tot lokale actie.” Deze wisselwerking tussen lokaal en internationaal heeft volgens Claudia veel potentieel: met een lokale groep bijeenkomen - “want de drive om samen actie te ondernemen is sterker als je elkaar in levende lijve hebt leren kennen” - maar doorheen het project online connecteren met gelijkgezinden internationaal.


Online als eyeopener

Besluit? De ervaringen en meningen lopen uiteen, maar er is wel consensus dat een digitaal alternatief nooit de rijkdom van een face-to-face internationale uitwisseling volwaardig kan vervangen. Tegelijk biedt online werken duidelijk potentieel voor verschillende aspecten van internationale uitwisseling: om de samenwerking hechter te maken, om meer of andere mensen aan boord te krijgen of als voorbereiding of opvolging voor fysieke internationale mobiliteit.

En voor sommige organisaties kan experimenteren met online ook een eyeopener zijn die doet stilstaan bij de kern van de werking. Claudia: “Bij SCI realiseerden we ons dat niet de organisatie van work camps op zich de eigenlijke kern van ons werk is, maar wel het bijeenbrengen van mensen om samen lokaal actie te ondernemen. En we vinden manieren om dat te doen, ook zonder iedereen fysiek bijeen te brengen.”

De kern van ons werk is het bijeenbrengen van mensen om samen lokaal actie te ondernemen.
Claudia

Dit artikel verscheen in de 6de editie van het SCOOP-magazine. Een overzicht van alle edities vind je hier

Foto's: Johannes De Bruycker

Lees verder